
Boer Arjen uit de Hoeksche Waard grijpt de begrafenis van stadhouder Frederik Hendrik in 1647 aan voor een dagje uit.
Eenmaal eerder is hij in Den Haag geweest, in zijn jonge jaren. Toendertijd met een opdracht om poststukken te bezorgen aan het hof. Het was zijn eerste reis buiten zijn vertrouwde omgeving waar iedereen elkaar kent en in de gaten houdt. En ook zijn eerste genieting van wereldser geneugten dan hij thuis kent.
Terug in Den Haag herinnnert hij zich zijn jeugd zonden met een weemoedig verlangen. Hij vraagt zich af of God hem zijn daden zwaar zal aanrekenen. Godsdienstige twisten hebben nooit zijn warme belangstelling gehad. Zijn dorp is simpelweg de dominee gevolgd bij diens overstap van de ene kerk naar de andere. Geen dorpeling kan navertellen waarom.
Het verhaal over boer Arjen is de opmaat van de roman Contrabande van Jacques Kruithof. Het vervolg gaat over zoon Claes die langere reizen maakt dan zijn vader. Op verzoek van een reizend theaterman gaat hij naar Frankrijk om de hugenoten te voorzien van teksten die in hun eigen land verboden zijn.
Daar aangekomen blijkt het smokkelen van boeken slechts een voorwendsel te zijn om hem oog in oog te krijgen met een adelman die zijn tweelingbroer zou kunnen zijn.
De derde hoofdpersoon van het boek is de dochter van Claes, die in het theaterleven stapt. Dit laatste deel is slechts in schetsen beschikbaar vanwege ziekte en overlijden van de schrijver.
Kruithof overleed in maart 2008.

Omslag van het besproken boek 'Het verre paradijs' van Kate Grenville.
Doorgangskamp Westerbork