
Een twaalfjarig meisje gaat voor het eerst mee naar de fabriek waar haar vader en oudere zusje werken. Het is een steenfabriek waar iedereen uit de buurt werkt. Ander werk is er niet. Het is bittere noodzaak om uit werken te gaan. De armoede is groot.
De ouders hebben haar lang thuis gehouden. Andere kinderen gaan al op veel jongere leeftijd mee om geld te verdienen. Nu moet ook zij de boze buitenwereld in, – waar de bazen oppermachtig zijn.
Het advies van haar oudere zusje: verzet je maar niet, dan is het snel voorbij.
Een ontroerend verhaal over de sociale misstanden rond 1900, dat zindert van de spanning.
